Toen mijn vader na de oorlog wel voelde aankomen dat hij als dienstplichtig officier naar Nederlands-Indiƫ zou worden gestuurd, leek het hem verstandiger zich als vrijwilliger aan te melden. Zo had hij wat meer mogelijkheden om een voor hem 'fatsoenlijk baantje' te organiseren tijdens zijn uitzending. Dat lukte. Hij was van huis uit chemicus, en werd als voedingsdeskundige ingezet bij de Intendance, die onder meer zorgde voor de menu's die onze soldaten daar voorgezet kregen. Vader zou Vader niet zijn als hij dat werk niet serieus had opgevat. Hij bedacht - heel slim - dat een tiendaags menu minder in het oog sprong dan een weekmenu. Niks elke woensdag Nasi, zoals in mijn diensttijd gebruikelijk was. Als je niet heel goed oplette en telde, dan was de warme maaltijd elke dag een verrassing. Maar Vader vond het zijn belangrijkste taak om ervoor te zorgen dat de 'jongens' voldoende vitaminen en mineralen binnenkregen. Hij was per slot chemicus en kon het allemaal prachtig uitrekenen.
Eenmaal weer in Nederland viel het hem op dat Oma de groenten wel erg lang liet koken. Dat druiste natuurlijk in tegen zijn opvattingen over gezond eten, die hij zich net eigen had gemaakt. Hij zei dus op een dag tegen haar: 'Moeder, je moet de groenten niet zo lang koken, dan kook je alle vitaminen eruit'. Het onsterfelijke antwoord van Oma: 'Bij mij koken de vitaminen er niet uit'.

